Mijn eerste werkproject: kwakzalvers en labradors

Je herinnert je vast nog wel hoe ik het vol lof (ahum) over mijn eerste job had. Vandaag kreeg ik een eerste project toegewezen waarop ik mijn stempel mag drukken. Hoera voor verantwoordelijkheid en vrijheid, alleen jammer dat het project steunt op kwakzalverij en gebakken lucht. Voor een klantenonderzoek voerden we een representatieve steekproef uit. In ons geval houdt dat in dat we honderd goede klanten opbelden van wie we zeker wisten dat ze zeker niets slechts over het bedrijf zouden zeggen. Qua representativiteit kan dat tellen. Maar hé, wie is deze nieuweling om een oordeel te vellen? Ik kom ten slotte nog maar net van de schoolbanken (waar ik een thesis schreef – inclusief representatieve steekproef).

Die honderd klanten moest ik gelukkig niet zelf opbellen. Dat deed een adviesbureau voor ons. Ik weet niet wie er al ooit met een adviesbureau heeft samengewerkt, maar het is heel hard aan te raden. Vooral als je houdt van vergaderingen die twee uur uitlopen. Op maandag. Ja, net die maandag waarop je bent vergeten de apotheek in je portefeuille aan te vullen, de Dafalgan, Neurofen en Ibuprofen in geen velden of wegen te bespeuren zijn en je jezelf vervloekt door de hoofdpijn die die twee uur uitlopende vergadering je bezorgd heeft.

“De vergadering was al twee uur uitgelopen. Op maandagmiddag. Iedereen was blij verrast met de resultaten van het klantenonderzoek. Ik was vooral danig geïrriteerd.”

Ons adviesbureau is namelijk samengesteld uit twee mensen: een Antwerpenaar die zichzelf en zijn diensten het einde van de wereld vindt (al hadden jullie dat ook wel kunnen afleiden uit het woord ‘Antwerpenaar’) en over beide voorgaande onderwerpen honderduit kan praten en zijn collega wier rol vooral bestaat uit zitten, zwijgen, ja-knikken en haar hoofd zo schuin houdt dat het lijkt alsof er een bedelende labrador voor je zit. Omdat ik instinctief mijn kop even schuin hield als dat mens en ik daar acute nekpijn van kreeg, werd ik verplicht mijn aandacht te richten op de kwakzalver.

Die deelde ons de eerste resultaten van het klantenonderzoek mee. Die waren bijzonder positief en daar was iedereen blij verrast mee. Ik was alleen maar blij want een echte verrassing kan je het natuurlijk niet noemen als je eerst wat gaat mouwvegen bij je beste klanten en hen dan vraagt naar hun mening. Nu ja, ik was niet alleen maar blij. Ik was ook danig geïrriteerd door het duo.

“Als een serieus bedrijf mij opbelt met de vraag met welke stad ik hen zou vergelijken, moet dat Dubai zijn. ‘Cause du-BYE mate.”

Een van hun belangrijkste vragen peilde naar het beeld dat onze klanten van ons hebben. Solide vraag. Nuttig ook. Alleen deden ze dat door hen te vragen met welk dier of welke stad of auto ze ons zouden vergelijken. Ik zweer het je, je hebt nog nooit iemand zo lyrisch zien doen over de vergelijking van een bedrijf met Berlijn (“Is dat geen geweldige vergelijking? Een wereldstad die zich laat kenmerken door de avant-garde, het vernieuwende, maar tegelijk ook het traditionele en het standvastige!”). Als een serieus bedrijf mij opbelt met de vraag met welke stad ik hen zou vergelijken, moet dat Dubai zijn. ‘Cause du-BYE mate.

Het volgende agendapunt was de organisatie van onze teambuilding op het einde van dit jaar. We mochten allemaal met een aantal ideeën op de proppen komen, maar je weet hoe dat gaat. Uiteindelijk volgen we het plan van het adviesbureau. Hun ideeën waren vrij abstract en toen ik vroeg hoe ze dat concreet zagen, luidde het antwoord dat we dat volledig zelf mochten invullen. Lees: we hebben wat theorieën uit een boek gehaald omdat dat chic staat, verder hebben we niet veel zin om er over na te denken.

De rest van de vergadering kreeg niemand nog een speld tussen de kwakzalver en konden we alleen nog maar labradorgewijs naar hem staren en knikken. Tegen het einde had ik het ook al opgegeven om zelf met input te komen en stak ik een muntje in mijn mond om – tevergeefs – mijn ogen open te houden. Alleen had dat muntje ongeveer de grootte van een donut en werd mijn mening toen natuurlijk wel gevraagd. Niet alleen was de kwakzalver mij allang kwijt met zijn zweverige shizzel, ik was ook zowat aan het stikken in het muntje, terwijl ik wanhopig iets anders dan een luidruchtige rochel probeerde te produceren. Dat is helaas niet echt gelukt. Als de rest van het klantenonderzoek even productief wordt, is mijn eerste project bij voorbaat geslaagd. Ik houd jullie op de hoogte!

9 gedachten over “Mijn eerste werkproject: kwakzalvers en labradors

Voeg uw reactie toe

  1. Lijkt me een geweldig vermoeiende vergadering… Ik werk zelf bij de overheid en dacht dat zo’n toestanden enkel daar gebeurden. Maar kijk, het doet ergens deugd om te zien dat het overal dezelfde zever is. En langs de andere kant is het natuurlijk wel triestig…

    Like

  2. Oh wauw. Dat er geld uitgegeven wordt aan dit soort zaken! Mijn hemel, wat moet je met zo’n antwoord op die stedenvraag. “Oh Berlijn, nou dat was précíés wat we hoopten…”

    Like

  3. Hahahahahaha wat voor vergelijking is dat nou! Ik weet ook nog dat aan het begin van het jaar mijn mentor op de hogeschool wilde dat we onszelf vergeleken met een dier. Uiteindelijk liep dat uit op een gesprek waarin we het allemaal hadden over ons favoriete dier. Echt zo’n vriendschapsboekjesvraag.

    Liked by 1 persoon

  4. Ik begrijp je (jammer genoeg) helemaal! Ik kan me helemaal ergeren als er zoveel geld wordt uitgegeven aan nutteloze zaken binnen een bedrijf… Wel heel erg leuk geschreven weer! Ik hoop dat het snel wat interessanter wordt op je werk. Of dat je eventueel een nieuwe uitdaging vindt 🙂

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: